Hou het doenbaar voor jezelf. Kies en stel grenzen.

  • Neem als werknemersvertegenwoordiger niet te veel hooi op de vork. Weet dat je niet alles kan veranderen.
  • Bekommer je in de eerste plaats om belangrijke collectieve problemen.
  • Stap niet mee in de tendens van werknemers om elkaar onderling de schuld te geven voor wat fout loopt.
  • Richt je aandacht op de omstandigheden en structuren waarin werknemers werken.
Denk na over wat je als werknemersvertegenwoordiger precies wil bereiken. Sta regelmatig eens stil bij wat je doet. Wil je vooral individuele hand-en-spandiensten verlenen? Treed je op als back-up voor slecht functionerende leidinggevenden? Wil je brandjes blussen tussen collega’s? Of wil je een stap verder gaan en wegen op het grotere verhaal dat zich in jouw onderneming afspeelt? Bepaal zelf wat je wil en belangrijk vindt. En maak op basis daarvan keuzes.
  “Je moet zelf beslissen om er een lijn in te trekken. Want op de duur wordt je anders geleefd. In ’t begin presenteer je ’t misschien wel zo aan collega’s, maar je kunt als delegee niet dag en nacht beschikbaar zijn. Wie dat niet beseft, zal zichzelf verbranden. Want de mensen zouden je echt voor alles uit je bed bellen. Ik werd bijvoorbeeld ooit eens op zondagmorgen uit bed gebeld door een madammeke die wou weten of ze haar borstvergroting terugbetaald kon krijgen…”Hoe graag je dat ook zou willen, je zal nooit alle problemen van je collega’s kunnen oplossen. Om het voor jezelf werkbaar te houden, is het belangrijk om realistisch en met de voeten op de grond te blijven. Neem niet te veel hooi op de vork. Stel grenzen. Richt je aandacht in de eerste plaats op die zaken die de grootste problemen opleveren voor de meeste mensen. Maak dat ook duidelijk aan werknemers. Zeg waar je voor staat. Leg uit waarom je bepaalde vragen wel oppikt en andere niet. Inderdaad, de kans bestaat dat mensen in eerste instantie hun heil zullen zoeken bij anderen. Maar laat je daardoor niet afschrikken. Tijd zal jou gelijk geven.

De kans is klein dat je tezelfdertijd met evenveel vuur individuele klachten kan behartigen én het algemene werknemersbelang kan dienen. Niet alleen omdat dat een enorme tijdsinvestering zou vergen maar vooral omdat vragen van individuele werknemers vaak ingaan tegen het algemene belang. Ook spreken individuele vragen en klachten van werknemers elkaar vaak tegen. Zeker wanneer er sprake is van onderlinge spanningen of conflicten. Om op een goede manier met zulke situaties om te gaan, zijn twee zaken belangrijk:

  

"Oudere collega’s worden meestal scheef bekeken door diegenen die niet kunnen genieten van extra verlofdagen. Terwijl de oudere werknemers recht hebben op leeftijdsgebonden verlof, maken de jongeren zo veel mogelijk gebruik van formules als ouderschaps-, familiaal en zwangerschapsverlof om minder te moeten werken. Daartussen zit een aanzienlijke groep die zich de dupe voelt. Omdat zij uit de boot vallen. Dat zorgt voor intergenerationele spanningen.”

  • Speel zelf geen personeelsdienst. Kies geen partij als werknemers met elkaar overhoop liggen of laat je ook niet in een bepaalde hoek duwen. Vermijd dat je vertegenwoordiger wordt van een groep werknemers zodat de anderen zich tegen jou keren. Dit verzwakt je slagkracht. Kaart conflicten tussen werknemersgroepen aan bij je werkgever en stel deze voor zijn/haar verantwoordelijkheid. Maak duidelijk in jouw communicatie welke rol je in dergelijke situaties opneemt en welke niet.
  • Stap niet mee in de tendens van werknemers om elkaar onderling te beschuldigen voor wat er fout loopt. Graaf dieper. Schenk niet alleen aandacht aan het gedrag van werknemers, maar ga vooral op zoek naar onderliggende oorzaken. Breng de kern van het probleem onder de aandacht en communiceer daar over. Mogelijk stoot je op een bepaald moment op knelpunten die door alle betrokken partijen als problematisch worden beschouwd. Maak gebruik van die gemeenschappelijke knelpunten om de solidariteit onder werknemers aan te wakkeren.