Hou rekening met verschillende meningen en visies van werknemers.

  • Vermijd om aan de onderhandelingstafel enkel je eigen persoonlijke behoeften te verdedigen.
  • Praat met mensen, luister naar hun verhaal en hou ten aanzien van de werkgever rekening met uiteenlopende behoeften van werknemers.
  • Luister actief naar mensen als je gesprekken voert. Gebruik de gepaste gesprekstechnieken.
Het zal in de praktijk bijna nooit voorkomen dat iedereen op de werkvloer op dezelfde lijn staat. Meestal zijn er meerdere betrokken partijen. Elk met hun eigen wensen, behoeften en verwachtingen. Verschillende werknemers, diensten of afdelingen kunnen een bepaald werkbaarheidsprobleem op een andere manier aanvoelen. Werknemers kunnen onderling uiteenlopende of zelfs tegenstrijdige vragen en belangen hebben. Denk bijvoorbeeld hoe moeilijk discussies over overuren kunnen zijn wanneer de ene groep werknemers er zo weinig mogelijk wil doen (bv. omdat ze dit te belastend vinden) terwijl een andere werknemersgroep zoveel mogelijk overuren wil kloppen (bv. omdat ze het geld goed kunnen gebruiken). Of hoe sommige werknemers houden van variatie en nieuwe uitdagingen op het werk, terwijl anderen het liefst met rust worden gelaten en routine net erg belangrijk vinden. Zelfs werknemersvertegenwoordigers onderling kunnen hieromtrent dikwijls van mening verschillen. 
  
 “Iedereen voelt dat de werkdruk te hoog ligt. Er wordt voortdurend meer van ons gevraagd. Zo is er onlangs bijvoorbeeld een hele tamtam geweest over avond- en zondagwerk. Principieel staan we daar als vakbond niet voor te springen. Ook ik niet. Maar feit is nu eenmaal dat veel van m’n collega’s er financieel niet sterk voor staan. En op zondag worden wij aan 300% betaald. Vooral voor wie de centen nodig heeft en anders weinig uren heeft, is dat erg aanlokkelijk.” 
In zulke situaties is het belangrijk om individuele verschillen tussen werknemers te waarderen. Iedereen heeft recht op een eigen mening. En elk standpunt is even waardevol. Wie zijn eigen ‘grote gelijk’ boven dat van anderen stelt, zal op vlak van werkbaar werk weinig resultaat boeken. Probeer daarom zoveel mogelijk rekening te houden met verschillen tussen werknemers en diversiteit onder collega’s. Neem ook het profiel van je contacten eens onder de loep: voer jij voornamelijk gesprekken met grijzende en kalende mannen? Of heb je ook contacten met vrouwen en mensen van andere leeftijden? Zowel met arbeiders als bedienden? Mensen van andere origine?

Praat met mensen en toon begrip voor hoe ze de situatie aanvoelen. Wie rekening houdt met de mening van alle werknemers, kan terugvallen op een bredere achterban en staat uiteindelijk sterker in de schoenen ten aanzien van de werkgever.
 "Gesprekken zijn de belangrijkste tools om om te gaan met diversiteit.”    
Gesprekken met collega’s kunnen veel informatie opleveren. Luister goed naar hun verhaal. Dat betekent niet dat jij de hele tijd moet zwijgen. Integendeel. Help je collega’s om de zaken scherp en duidelijk te verwoorden. 
Volgende techniekjes kunnen je helpen om een goed gesprek te voeren:
  • maak oogcontact;
  • laat merken dat je luistert, reageer zowel met woorden als met gebaren;
  • knik bevestigend met je hoofd om je gesprekspartner aan te moedigen om verder te praten;
  • of frons je wenkbrauwen als je meer uitleg wenst;
  • reageer met bevestigende woorden;
  • gebruik een gepast stemvolume en pas ook je toon aan, gebruik intonatie;
  • stel bijvragen om meer te weten te komen;
  • stel vragen om te controleren of je je gesprekspartner juist hebt begrepen;
  • of herhaal hetgeen je hoorde in eigen woorden;
  • onderbreek je gesprekspartner niet;
  • geef hem/haar bedenktijd als hij/zij even naar woorden moet zoeken;
  • vat aan het einde van het gesprek samen wat je er van hebt onthouden, zodat de ander kan reageren indien nodig.
Heb je weinig ervaring met deze of andere gesprekstechnieken, probeer een opleiding over gesprekstechnieken aan te vatten bij je vakbond of elders. Oefening baart kunst!